|
Bij de erediensten
In februari beginnen we met lezen uit het boek van de profeet Ezechiël. Deze is als jonge priester in ballingschap naar Babel gevoerd, ver van zijn tempel in Jeruzalem. Hij is door deze grote crisis in zijn leven en dat van zijn volksgenoten werkloos geworden. Hij wordt omgeschoold van priester tot profeet. De vaste patronen van de liturgie worden ingeruild voor onverwachte visionaire perspectieven. Midden in het getto van de ballingschap in Babel, waar God onvindbaar lijkt, krijgt hij visioenen. Hij mag de onbeschrijflijke 'heerlijkheid' van de Onzienlijke aanschouwen. Iets wat niet te beschrijven is, en vraagt om verbeeldingskracht.
|